Belangrijke factoren voor wijn

Belangrijke factoren voor de wijnbouw
Over de gehele wereld hebben wordt tegenwoordig wijn verbouwd. In soorten als rode wijn, wotte wijn, mousserende wijn en dessertwijn. Maar het maken van een goed wijn zijn een aantal factoren van groot belang, die allemaal op het uiteindelijke product (de wijn) van invloed laten zijn.



Geografische ligging
Op aarde zijn er twee zones (wijngrens) waar wijnbouw mogelijk is. Onder de wijngrens verstaan we de temperatuurlijn die het gebied begrenst waarbinnen druiventeelt mogelijk is voor het maken van wijn. Wijngaarden treft men aan in twee duidelijke gebieden, een noordelijke zone tussen 50° en 30° NB en een zuidelijke zone tussen 30° en 40° ZB, die Zuid-Afrika, Chili, Argentinië en Australië omvat. In het noorden vindt men wijnbouw in de landen rond de Middellandse Zee (Italiaanse wijn, Franse wijn en Spaanse wijn), in het Rijndal, het Moezeldal (Duitse wijn), in Midden-Europa, de Balkan, Noord-Afrika en Noord-Amerika. Het klimaat speelt bij druiventeelt een belangrijke rol, omdat voor wijn de juiste ontwikkeling van de druiven zowel warmte als vocht nodig is. Omdat de temperatuur een belangrijke rol speelt, worden veel druivensoorten verbouwd op de zonnehelling van heuvels en bergen, om zo te kunnen profiteren van een meer loodrechte inval van de zonnestralen en daardoor een hogere temperatuur. Een goed voorbeeld is het wijngebied van de Noordelijke Rhone waar de allerbeste rode wijn (van de Rhone) gemaakt wordt op de heuvels van Hermitage, Condrieu en Cote Rotie. Ook in de Bourgogne zijn de wijngaarden die tegen de heuvels liggen het beste voor het maken van de allerberoemste rode wijn en witte wijn ter wereld. De belangrijkste gebieden in de Bourgogne zijn Santenay, Mercurey en Montrachet. De druivenrassen die in deze streek worden verbouwd zijn voor witte wijn (ongeveer 70% van de productie) Chardonnay, Aligoté, Pinot Blanc, Chassellas. En voor rode wijn (ongeveer 30% van de productie), Pinot Noir (Côte de Beaune en Nuits), Gamay Noir (Beaujolais), Tressot, César.

Belangrijke factoren voor de wijnbouw

Over de gehele wereld hebben wordt tegenwoordig wijn verbouwd. In soorten als rode wijn, wotte wijn, mousserende wijn en dessertwijn. Maar het maken van een goed wijn zijn een aantal factoren van groot belang, die allemaal op het uiteindelijke product (de wijn) van invloed laten zijn.



Geografische ligging
Op aarde zijn er twee zones (wijngrens) waar wijnbouw mogelijk is.  Onder de wijngrens verstaan we de temperatuurlijn die het gebied begrenst waarbinnen druiventeelt mogelijk is voor het maken van wijn. Wijngaarden treft men aan in twee duidelijke gebieden, een noordelijke zone tussen 50° en 30° NB en een zuidelijke zone tussen 30° en 40° ZB, die Zuid-Afrika, Chili, Argentinië en Australië omvat. In het noorden vindt men wijnbouw in de landen rond de Middellandse Zee (Italiaanse wijn, Franse wijn en Spaanse wijn), in het Rijndal, het Moezeldal (Duitse wijn), in Midden-Europa, de Balkan, Noord-Afrika en Noord-Amerika. Het klimaat speelt bij druiventeelt een belangrijke rol, omdat voor wijn de juiste ontwikkeling van de druiven zowel warmte als vocht nodig is. Omdat de temperatuur een belangrijke rol speelt, worden veel druivensoorten verbouwd op de zonnehelling van heuvels en bergen, om zo te kunnen profiteren van een meer loodrechte inval van de zonnestralen en daardoor een hogere temperatuur. Een goed voorbeeld is het wijngebied van de Noordelijke Rhone waar de allerbeste rode wijn (van de Rhone) gemaakt wordt op de heuvels van Hermitage, Condrieu en Cote Rotie. Ook in de Bourgogne zijn de wijngaarden die tegen de heuvels liggen het beste voor het maken van de allerberoemste rode wijn en witte wijn ter wereld. De belangrijkste gebieden in de Bourgogne zijn Santenay, Mercurey en Montrachet. De druivenrassen die in deze streek worden verbouwd zijn voor witte wijn (ongeveer 70% van de productie) Chardonnay, Aligoté, Pinot Blanc, Chassellas. En voor rode wijn (ongeveer 30% van de productie), Pinot Noir (Côte de Beaune en Nuits), Gamay Noir (Beaujolais), Tressot, César.

 

Klimaat
Het klimaat in een gebied wordt bepaald door de geografische ligging. Voor de wijngaarden is een klimaat noodzakelijk, waarin de winter niet te koud is, het voorjaar niet te droog, de zomer warm genoeg met af en toe wat neerslag en de herfst droog en voldoende warm.

In de wijnbouw maken we onderscheid tussen:
Semi Continentaal, dit is een gematigd overgangsklimaat met temperatuurverschillen tussen zomer en winter die op kunnen lopen tot 28 °C. Voorbeelden: Hongarije en Bulgarije.

Gematigd Zeek/imaat, hierbij liggen de verschillen van de temperaturen tussen zomer en winter onder de 20 °C. Jaarlijks hebben niet meer dan zeven maanden een gemiddelde temperatuur van 10°C. Voorbeelden: Bordeaux en Loire


Warm Zeeklimaat, temperatuurverschillen tussen zomer en winter zijn lager dan 20°C. Minstens 8 maanden hebben een temperatuurgemiddelde van meer dan 10°C. Voorbeelden: Istrië, Dalmatië en Tasmanië.


Het Middellandse Zeek/imaat kenmerkt zich door een droge zomer met vooral veel neerslag in de winter. Temperatuurverschillen tussen zomer en winter bedragen niet meer dan 7°C. en 8 maanden hebben een gemiddelde temperatuur van meer dan 10°C. Voorbeelden: Provence, Languedoc, Chili en Zuid-Afrika.


Een subtropisch klimaat heeft warme maanden met een gemiddelde temperatuur van 22°C. De koudste maanden variëren in temperatuur van rond het vriespunt tot 18°C. Voorbeelden: Hunter Valley in Australië en Uruguay.

 

Een groot gebied van tientallen tot honderden vierkante kilometers wordt wel een macro of regionaal klimaat genoemd. De eigenschappen van zo‘ n grote oppervlakte zijn jarenlang onderzocht en beschreven. Het gaat hier om de maandgemiddelden van de neerslag, het aantal uren zonneschijn, de temperatuurverschillen tussen dag en nacht en de luchtvochtigheid. Binnen dit klimaat kunnen bepaalde invloeden hun stempel drukken op het regionale geheel. Zulke invloeden kunnen zijn: bergen, oceanen, meren, rivieren, uitgestrekte vlaktes en wouden. Een Mesoklimaat is een lokaal klimaat dat door zijn specifieke ligging over speciale eigenschappen voor de wijnbouw beschikt. Plaatselijke klimaatsfactoren spelen hier een belangrijke rol. Wijnbouwers maken op een goede manier gebruik van de hun aangeboden omstandigheden. Een voorbeeld van een lokaal klimaat is een heuvel, met verschillende Iiggingen ten opzichte van de zon. Bij een Mesoklimaat kan een gedeelte van een wijngaard zich onderscheiden. Binnen zo‘ n beperkt gebied, van vaak maar tientallen vierkante meters, heerst een eigen klimaat rond de wijnranken. Door deze specifieke klimaatomstandigheden rijpen de druiven beter en zorgen voor een hogere kwaliteit wijn.

 

Bodem
De bodem is met het klimaat samen een zeer belangrijke factor voor de uiteindelijke kwaliteit van de wijn. De druivenstok groeit op vrijwel iedere grondsoort. Een vruchtbare bodem levert hoge opbrengsten van wijn op maar weinig kwaliteit, is daarom minder geschikt voor het maken van wijn. Van een schrale bodem daarentegen, komen alle goede wijnen en de absolute toppers onder de wijnen. Onder schraal verstaan we in het algemeen, een steenachtige bodem, waarvan de bovenlaag goed kan worden Iosgewerkt en vocht doorlatend is. In grond waar andere gewassen zich niet thuis voelen, voelt de wijnstok zich in zijn element. De wijnstok moet lijden. Hoe dieper zijn wortels de grond ingaan, des te langer is de weg waarop sappen, die door de wortels vervoerd worden, smaakstoffen meenemen die de druif ten goede komen. Belangrijke functies van de bodem in de wijnbouw zijn: hij houdt de plant op zijn plaats, hij voorziet de plant van mineralen en water.

Over welke bodemsoorten hebben we het eigenlijk en wat zijn hun specifieke eigenschappen:
Een kiezelhoudende bodem zorgt voor lichte, frisse wijnen. Kalksteen geeft wijnen met een hoog alcoholpercentage en een fijne geur. Wijnen van Ieemhoudende grond bevatten veel kleur, zijn zwaarder, omdat ze meer tannine bevatten. Leisteen houdt de overdag opgevangen warmte vast en geeft deze in de koele nachten af, wat zeer belangrijk is in de noordelijke streken voor de rijping van de druiven. Graniet geeft warme, volle wijnen. Grind is goed waterdoorlatend en zorgt er zo voor, dat de wortels niet te nat worden en daardoor gezond blijven.

Kijk voor overige informartie in ons wijnblog.  

Reacties

Wees de eerste om te reageren...

Laat een reactie achter
* Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
* Verplichte velden