Wijnbouw 19e en 20ste eeuw

De 19e en 20e eeuw
In dit wijnblog een artikel over de wijnbouw in de 19e en 20ste eeuw en voornamelijk toegespitst op Europa. De Europese wijn werd in de 19e en een groot deel van de 20e eeuw gedomineerd door Franse rode wijn en witte wijn. Sinds de komst van het systeem van Denominazioni di Origini Controllata (DOC’s), dat in de jaren ’60 werd ingevoerd, zijn de Italiaanse wijnen echter sterk verbeterd. Een van de meest prestigieuze is de Brunello di Montalcino. Brunello werd voor het eerst gemaakt in 1888, door Biondi Santi, maar pas in 1964, in zijn volgende ’stal’ Fattoria Barbi Colombini kreeg Brunello iets van commerciële bekendheid. Barolo, de andere grote Italiaanse rode wijn, kwam tot ontwikkeling in de tweede helft van de 19e eeuw. Chianti, Vino Nobile di Montepulciano en Vernaccia di San Gimignano zijn van oudere datum, maar werden tot voor kort nauwelijks geëxporteerd. Geringe buitenlandse bekendheid is een nog groter probleem voor de spumante, de mousserende wijn. Niettemin beseft de moderne Italiaanse wijnmaker nu heel goed het grote potentieel van zijn wijn. Hij beseft echter ook dat liefhebbers van Franse wijn vertrouwd zijn met de grote Franse wijngebieden zoals de Bordeaux en bourgogne en hun beste wijnmakers, velen nauwelijks weten waar Montalcino op de kaart ligt, of Collo Goriziano, of de beste districten van Chianti.


Herleving van klassieke wijnsoorten.
Wijn die we kunnen beschouwen als directe nakomelingen van de antieke Grieks-Romeinse traditie zijn er nog steeds in Italië, maar ze zijn zeldzaam. Harswijn, die in Griekenland overleefde in de vorm van de populaire Retsina, vinden we in Italië vooral in het zuiden: bijvoorbeeld de zoete, harsige wijn Greco di Bianco, ook bekend onder de naam Greco di Gerace, geproduceerd in Reggio Calabria. Steeds meer wijngaarden worden nu echter beplant met oude druivenrassen. Ten gevolge daarvan beleeft witte wijn als een Fiano di Avellino en Timorasso in Alessandrino een opleving, naast rode wijn als een Ruchè of Pelaverga in Piëmont en Tazzelenghe en Schioppettino in Friuli, typen die anders wellicht dreigden te verdwijnen.


De laatste decennia hebben, als onderdeel van een snel en energiek programma ter verbetering van de wijnkwaliteit, pogingen om goede wijn te produceren in klassieke wijngebieden als Falernum en Caecubo tot enkele uitsteekende resultaten geleid. Dat wijnjournalisten van naam de laatste 20 jaar een wedergeboorte van de Italiaanse wijn kunnen aankondigen, is te danken aan de vaak moedige pogingen van wijnmakers die zoeken naar wegen om de kwaliteit te verbeteren, en aan de kundigheid van oenologen met hun nieuwe technieken van vinificatie en rijping, het gevolg ervan is dat een Italiaans succes bij een internationale proeverij of de vermelding van een Italiaanse wijn van wereldformaat niet langer vette krantenkoppen oplevert. Gebieden als Chianti Classico, Langhe en Collio steken de beste wijnen ter wereld naar de kroon.

Geen ander land heeft zo veel variatie in bodem en microklimaat of zo veel authentieke wijngaarden als ltalië. In een wereld waarin de trend naar algemene smaakvervlakking en naar ’internationale stijlen’ zoals Chardonnay, Cabernet Sauvignon en Sauvignon blanc overweegt, kan Italië bogen op een groot aantal unieke en eigenzinnige producenten, modern of traditioneel, en een fascinerende reeks ouder of nieuwerwetse wijnsoorten.

Een prachtige Italiaanse wijn van de inheemse druivensoort Grillo en de Nero d’Avola is de:

Ottoventi Grillo 2015 Sicilië en de Ottoventi Nero d'Avola 2014 Sicilië



 


 

Reacties

Wees de eerste om te reageren...

Laat een reactie achter
* Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
* Verplichte velden