Wijnland Duitsland

  • Geplaatst op
  • Door Lisa
  • Geplaatst in wijnlanden
  • 0

Duitsland behoort om tal van redenen tot de klassieke wijnlanden. Het kan bogen op een rijke historie, eigen vinificatietradities en, dankzij zijn noordelijke ligging en het daarmee samenhangende koele klimaat, op een geheel eigen type wijnen.

Kenmerkend voor de Duitse wijnbouw is het gebruik van ‘eigen’ druivenrassen, met voorop riesling. Mondiale soorten als chardonnay en cabernet sauvignon hebben er slechts in anekdotische mate voet aan de grond gekregen. Hoewel Duitsland in de eerste plaats als een land van stille witte wijnen bekend staat, produceert het een compleet gamma wijnen, inclusief rode – goed voor bijna 40% van het volume – en mousserende.

Duitsland behoort om tal van redenen tot de klassieke wijnlanden. Het kan bogen op een rijke historie, eigen vinificatietradities en, dankzij zijn noordelijke ligging en het daarmee samenhangende koele klimaat, op een geheel eigen type wijnen.

Kenmerkend voor de Duitse wijnbouw is het gebruik van ‘eigen’ druivenrassen, met voorop riesling. Mondiale soorten als chardonnay en cabernet sauvignon hebben er slechts in anekdotische mate voet aan de grond gekregen. Hoewel Duitsland in de eerste plaats als een land van stille witte wijnen bekend staat, produceert het een compleet gamma wijnen, inclusief rode – goed voor bijna 40% van het volume – en mousserende.


Cool climate

De Duitse wijnbouw is een schoolvoorbeeld van cool climate viticulture. Om te beginnen is er de noordelijke ligging. Hoe verder oostwaarts de wijngaarden liggen, des te meer zijn ze blootgesteld aan de invloeden van een continentaal klimaat. Dit betekent een verhoudingsgewijs kort groeiseizoen en heeft dus consequenties voor de keuze van de druivensoorten. Globaal gesproken resulteert dat in wijnen met een relatief laag alcoholpercentage, een hoge zuurgraad en intense aroma’s.

Van doorslaggevend belang voor de rijpheid van het fruit is de ligging van de wijngaard. Die vraagt om beschutting tegen koude in het algemeen en nachtvorst in het bijzonder en optimale instraling van zonneschijn. Smalle, diepe rivierdalen bieden vaak de juiste klimatologische omstandigheden. De bekendste voorbeelden zijn het Rijn- en Moezeldal, maar ook Ahr, Nahe, Neckar en Main bieden zo’n omgeving. De mist van de rivieren draagt in het najaar bij tot de vorming van botrytis, alias Edelfäule. Aanwezigheid van een grote wateroppervlakte zorgt voor een extra gunstige, matigende invloed. Dit is het beste waar te nemen in de Rheingau, waar de Rijn heel breed is.


Hellingwijngaarden

Typerend voor veel van de beste Duitse wijngaarden is een ligging op hellingen. Hierdoor vermindert het gevaar van nachtvorst en is er een betere instraling van de zon. Een tweede reden waarom de hellingwijngaarden (Hanglagen) vaak betere kwaliteit leveren dan die op vlak terrein is de bodemsamenstelling. Op de hellingen is die meestal arm maar rijk aan mineralen, terwijl de vlakke bodems vaak te rijk zijn. Maar pas op, het aantal uitzonderingen op deze regel is legio.

De meest opvallende, en zo men wil meest ‘Duitse’, bodem is die met leisteen (Schiefer), die een uitstekende ondergrond voor de riesling biedt. Het Duitse woord voor wijngaard isWeinberg. Dit is heel toepasselijk, aangezien wijngaarden van begin af aan op hellingen aangelegd werden. Gaat het om een steile helling, dan is dat een Steillage. Zulke wijngaarden bieden de beste resultaten in kwalitatief opzicht. Keerzijde is wel een dure exploitatie. Mechanisatie is slechts beperkt mogelijk en het onderhoud kostbaar. Goede Duitse wijn kan dus nooit goedkoop zijn.


Riesling & Co.

Duitsland is een land van cépagewijnen, wijnen gemaakt van één enkel druivenras. Oude rassen zijn de riesling, Duitslands nationale trots, en de silvaner. Steeds populairder aan het worden zijn de grauburgunder (pinot gris) en de weissburgunder (pinot blanc). Van de vele kruisingen is de müller-thurgau (rivaner) de belangrijkste. In kwalitatief opzicht scoort vooral de kerner goed, terwijl bij de aromatische varianten de scheurebe genoemd moet worden.

Rode wijnen maken ruim eenderde uit van de Duitse wijnproductie. De belangrijkste druif daarvoor is de spätburgunder (pinot noir), gevolgd door de succesvolle kruising dornfelder. Verder komen ook lemberger (blaufränkisch) en portugieser voor.


Wetgeving en etikettering

De Duitse wijnwet onderscheidt twee hoofdcategorieën wijn, Tafelwein en Qualitätswein. Daarvan valt gemiddeld nog geen 5% onder de noemer Tafelwein en maar liefst 95% onder Qualitätswein! Qualitätswein is er in twee soorten:


Qualitätswein   

Afgekort als QbA en kortweg Qualitätswein genoemd. Gemeten naar volume verreweg de belangrijkste categorie. Het minimum mostgewicht – het suikergehalte van de druiven bij de pluk – moet overeenkomen met 7,5% natuurlijke alcohol. Chaptalisatie, verhoging van het alcoholgehalte door toevoeging van suiker bij de gisting, is toegestaan. QbA ondergaat een verplichte amtliche Prüfung (test van overheidswege) en mag alleen met een Amtliche Prüfungsnummer (A.P. Nummer) aangeboden worden.


Prädikatswein

Tot 2007: Qualitätswein mit Prädikat, afgekort als QmP. Slaat in theorie op de beste Duitse wijnen, d.w.z. met de hoogste mostgewichten. De vereiste minimum mostgewichten verschillen per druivenras en per gebied! Uiteraard ondergaan ook deze wijnen een verplichte kwaliteitstest. De hoeveelheid Prädikatswein varieert sterk van jaar tot jaar. In slechte oogstjaren vormen ze minder dan 10% van het totaal, in uitzonderlijk rijpe jaren tot wel 80% of meer.


Prädikate

De Prädikate zijn afgeleid van traditionele benamingen die ooit gebruikt werden om een bepaald kwaliteitstype wijn mee aan te duiden. Tegenwoordig definiëren ze primair mostgewichten en daarmee louter het potentiële alcoholgehalte. De vereiste mostgewichten variëren overigens per druivenras en per gebied. In oplopende volgorde gaat het om Kabinett, Spätlese, Auslese, Eiswein, Beerenauslese (BA) en Trockenbeerenauslese (TBA).

De eventuele mate van zoetheid van de gerede wijn doet hier niet ter zake. Dat geldt met name voor Kabinett en Spätlese. Wijnen met deze predikaten kunnen zowel droog, halfdroog als zoet smaken!

Eiswein wordt geperst uit druiven die in bevroren toestand geplukt zijn en die een zelfde mostgewicht als een Beerenauslese moeten hebben.

Behalve de verplichte kwaliteitsaanduiding kan het etiket ook de smaakaanduidingen trocken(droog) of halbtrocken (halfdroog) vermelden. Trocken: maximaal 4 gr/l restsuiker, óf maximaal 9 gr/l wanneer de totale hoeveelheid zuren niet meer dan 2 gr/l lager ligt. In Franken is 4 gr/l de limiet. Halbtrocken: maximaal 18 gr/l restsuiker én niet meer dan 10 gr/l hoger dan de totale hoeveelheid zuren. Voor zoete wijnen bestaan geen limieten.

Een oude term die tegenwoordig weer opduikt is feinherb. Hij slaat op wijnen die ookhalbtrocken genoemd zouden kunnen worden.


Anbaugebiete, Bereiche, Lagen

Duitsland kent 13 herkomstgebieden (Anbaugebiete) voor kwaliteitswijnen. Ze variëren in oppervlakte van vele duidenden tot slechts een paar honderd hectare. Ze zijn onderverdeeld inBereiche (districten). In Duitse herkomstbenamingen wordt veelvuldig gerefereerd aan Lagen. Het woord ‘Lage’ betekent letterlijk zo veel als ‘ligging’, c.q. plaats van de wijngaard. Een individuele wijngaard is een Einzellage. Daarvan zijn er in totaal 2600, die in principe allemaal genoemd mogen worden in combinatie met de naam van de gemeente waarin ze liggen. In de praktijk gebeurt dat gelukkig maar met een beperkt aantal.


Vereenvoudiging van het etiket

Het Duitse systeem van herkomstbenamingen met vermelding van predikaten, verschillende gradaties in zoetheid en wijngaardnamen bleek in de praktijk nogal verwarrend. Het etiket van eenvoudige wijnen zag er in principe hetzelfde uit als dat van een topwijn. Om wat meer duidelijkheid te scheppen zijn van twee kanten zijn eenvoudiger alternatieven ontwikkeld:


– Classic en Selection

Dit zijn twee nationale concepten, waarbij Classic staat voor ‘harmonisch’ droge wijnen gemaakt van traditionele druivenrassen. Ze moeten voldoen aan een aantal kwaliteitseisen, o.a. wat betreft mostgewicht. Op het etiket van deze per definitie droog smakende wijnen staan alleen de naam van het gebied, het druivenras en de vermelding Classic.

Selection is eveneens bedoeld voor droge wijnen die aan strengere eisen voldoen en een rijker smaaktype opleveren. Bij Selection wordt de naam van de Lage wel op het etiket vermeld, omdat het om een bijzondere wijngaard gaat.


– Erste Lage & Grosses Gewächs

De vereniging VDP, waarbij ongeveer 200 kwalitatief toonaangevende Duitse producenten aangesloten zijn, heeft voor zijn leden een systeem verplicht gesteld dat opgebouwd is als een piramide en verbonden is met een wijngaardclassificatie zoals ook de Elzas en de Bourgogne die kennen. Enkel nog de namen van geklasseerde wijngaarden mogen op het etiket gebruikt worden, met als neusje van de zalm de zogeheten Erste Lagen.

Droge wijnen uit zulke topwijngaarden worden aangeduid als Grosse Gewächse. Ze moeten aan bijzonder hoge eisen voldoen en vormen de top van de kwaliteitspiramide. Uit een Erste Lage mogen eventueel ook edelzoete wijnen komen met predikaten als Spätlese, Auslese, Beerenauslese en Trockenbeerenauslese. Droog is echter de regel, zoet de uitzondering.

Wijn van druiven uit niet-geclassificeerde wijngaarden worden enkel nog gebotteld onder de naam van de gemeente. Dit zijn de Ortsweine. Aan de basis van de piramide staan Gutsweine, met alleen de naam van het wijngoed.

Reacties

Wees de eerste om te reageren...

Laat een reactie achter
* Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
* Verplichte velden