Alles over wijn


Je zou een woordenboek vol kunnen schrijven met specifieke wijntermen. Hieronder hebben wij een aantal van de meest voorkomende termen voor je op een rijtje gezet. Wil je meer weten over de meest gebruikte witte en rode druiven? Kijk dan op de onze pagina druivensoorten.



Aanzuren  
Het toevoegen van zuren of most aan rode wijn of witte wijn om de balans tussen zoet, zuur en bitter van de wijn te verbeteren

Afdronk  
De smaak die blijft hangen, laatste stadium van het proefproces.

Alcohol  
Om 1% alcohol te verkrijgen is ongeveer 20 gram suiker nodig. Alcohol is de basis van de wijn, die het mogelijk maakt de wijn te bewaren. De smaak van alcohol mag echter nooit overheersen!

Alcoholgraad  
Sinds 1980 wordt de alcoholgraad aangeduid als percentage zuivere alcohol in de wijn.

Alcoholische gisting  
Omzetting van suiker in alcohol en koolzuurgas.

Amarone  Wijnterm voor rode wijn van half ingedroogde druiven uit Veneto in Italië.

AOC  
Appellation d'Origine Contrôlée. AOC is een afkorting die aangeeft dat je te doen hebt met een Franse kwaliteitswijn uit een bepaalde streek.

Aroma  
Het aroma, grotendeels afkomstig van de druif, omvat het geheel van afzonderlijke geuren. Een deel van het aroma verdwijnt gedurende de gisting en door verloop van tijd. Door de aroma’s kennen we fruitige wijnen, aardse wijnen (met de smaak van champignons, struikgewas, tuinaarde, herfstbladeren), specerijen wijnen (aroma’s van kaneel, kruidnagel, zwarte peper en Indische specerijen), kruidige wijnen (munt, hooi, rozemarijn, Provençaalse kruiden...).

Assemblage  
In één kuip verschillende wijnen samenvoegen, die elk afzonderlijk zijn gemaakt uit verschillende druivensoorten.

Azijn 
In de natuurlijke ontwikkeling van het druivensap is de wijn slechts een tussenstap bij de ontwikkeling naar azijn. Wijn kan zelfs deze stap overslaan en direct azijn worden. Kijk ook bij "Azijn".

Appelation 
Geografish gecontroleerd wijngebied.  De herkomst van de wijn.

Bag-in-box  
Doosverpakking met een inhoud van 2 tot 20 liter, waarin een aluminium vacuümverpakking met wijn is geplaatst. Via een tapkraantje geeft de doos steeds verse wijn, dankzij een speciaal vacuümsysteem, waardoor de wijn van contact met zuurstof blijft gevrijwaard.

Bairrada  
Portugees wijngebied tussen Daõ en de Atlantische Oceaan. Het woord barro betekent klei. De wijngaard is voor 80 procent met blauwe baga druif beplant. Productie van rijke, fruitige rode wijnen.

Balans  
Dit is een aanwijzing voor de onderlinge verhoudingen in de wijn van vier componenten: alcohol, zuurgraad, suiker en droge extracten. Een rode wijn of witte wijn is in balans als geen van deze karakteristieken overheerst. In het algemeen is een wijn evenwichtig als de harde kant en zachte kant gelijkwaardig zijn.

Barbaresco 
Belangrijke DOCG in Piëmonte. Eén van de grote rode wijnen van Italië, van de druivensoort nebbiolo. Hij kan opmerkelijk delicaat zijn, gaat doorgaans wel 10 jaar mee.

Barbera 
Populaire blauwe druivensoort die in Italië op grote schaal is aangeplant, vooral in Piëmonte. Geeft doorgaans droge, zuurrijke rode wijnen.

Bardolino 
Lichte, zeer fruitige rode wijn uit Veneto, met een licht bitter in de afdronk. Druivensoort corvina veronesa.

Barolo 
De belangrijkste en indurkwekkenste DOCG wijn van Italië, uit het zuiden van Alba in Piëmonte. De druivensoort is nebbiolo, die een diepkleurige rode wijn geeft, met een complexe geur en een droge, weelderige smaak. Rijpt minimaal drie jaar op fust; kan zeer oud worden.

Barossa Valley  
Belangrijk wijngebied bij Adelaide in Zuid-Australië. Hier wordt een grote variëteit aan wijnen gemaakt.

Barrique 
Eiken wijnvat met een inhoudsmaat van 225 liter.(S)

Barrique bordelaise  
Wijnvat, zoals in Bordeaux gebruikelijk, als regel van eikenhout. De inhoud is 225 liter, dus goed voor 300 flessen. Vier barriques vormen de inhoud van één tonneau, dat is 900 liter, dus goed voor circa 1200 flessen.

Bâtonnage  
Franse term voor het roeren van de “lies” (dode gistcellen ) ofwel gistbezinksel. Dit geeft de wijn extra smaak.

Bezinking  
Periode om het vergiste druivensap/most te laten staan om zodat de grove bestandsdelen van de druivenmost naar de bodem van het vat of tank zinkt.

Bezinksel  
Vaste reststoffen na het aftappen van het sap. Dit bestaat uit takken en steeltjes, druivenschillen en druivenpitten. Deze reststoffen kunnen worden gedestilleerd om "eau de vie" te maken.

Blauwe Druiven  
Aanduiding voor de druif waarvan rode wijn gemaakt wordt. In de praktijk varieert de kleur van deze “blauwe druiven” van paars, rood tot blauw achtig.

Blanc de noirs 
Is een uit het Frans afkomstige term en een benaming voor witte wijn gemaakt van blauwe druiven.

Blend  
Wijn gemaakt van verschillende/meerdere druivenrassen.

Blush-rosé  
Hoe langer de schillen op het sap blijven zitten, hoe donkerder de kleur van de rosé. Bij een blush rosé wordt echter niet gerekend in dagen, maar eerder in uren. Door deze korte inweektijd van de schillen, verkrijgt de rosé zijn lichte zalm-rose kleur.

Bodega  
Spaanse term voor wijnhuis, of wijnbedrijf.

Body  
Dit geeft de totale indruk van de wijn weer. Wijnen hebben weinig body, middelmatige body of veel body, afhankelijk van de "dikte" van de wijn.

Botrytis Cinerea  
Schimmel met een soms gunstige uitwerking. Bij zogenaamde edele of nobele rotting tast botrytis de druiven aan waardoor er micro gaatjes in de schil ontstaan. Het gevolg is dat het sap uit de druif verloren gaat en het suiker- en zuurgehalte zeer hoog wordt.

Bottelen  
Vullen van een fles. Gebeurt in Nederland met in bulk geïmporteerde wijn, maar natuurlijk ook in wijnproducerende landen. Het bottelen brengt gemak voor de consument, maar zorgt er ook voor dat de wijn luchtvrij wordt bewaard, waardoor deze langer houdbaar blijft dan in een tank of vat.

Bottelinformatie  
In veel landen verplicht op wijnetiketten. Informatie over waar en door wie de wijn op de fles is gebracht.

Bouquet  
Het bouquet omvat alle verschillende geuren van een wijn. Bij jonge wijnen wordt gesproken van aroma, bij oudere wijnen van bouquet. Een krachtig bouquet wordt ook wel aangeduid met "een volle neus" Tot bouquet behoren o.a. de aardse, bossige, dierlijke, kruidige, notige, tabakkige geuren. Bouquet ontstaat meer in wijnen met meer zuur en wijnen van een arme bodem.

Boutique Winery  
Kleine wijnproducent die kleine hoeveelheden zeer kostbare en vaak ook exelente produceert.

Cabernet Sauvignon  
De belangrijkste druivensoort voor rode Bordeaux. Hij levert goede tot uitstekende, krachtige, edele, elegante wijnen.

Cabernet Franc 
Druif uit de familie cabernet. Deze blauwe druif levert goede Bordeauxwijn, die lijkt op de wijn van de cabernet sauvignon. Hij is wat lichter van kleur en aard, maar eleganter en geuriger. Meestal wordt hij met andere soorten gecombineerd. Pure cabernet franc wordt bijvoorbeeld gemaakt in het Loiredal (Chinon, Bourgueil).

Chardonnay 
Is de alom bekende kwaliteits druif die tegenwoordig in wijngebieden over de gehele wereld wordt aangeplant, de naam is afgeleid van het dorp Chardonnay in de Bourgogne.

Capsule  
Omhulsel dat over de kurk, mond van de fles en een deel van de hals wordt aangebracht. Van metaal of kunststof. Dient op de meest correcte wijze enige millimeters onder de mond van de fles afgesneden te worden om contact met de wijn te vermijden.

Cava  
Mousserende wijn die gemaakt wordt volgens de Méthode Traditionelle, dat wil zeggen gisting op de fles.

Cava Reserva  
Minimaal 3 jaar gerijpt.

Cava Grand Reserva  
Minimaal 5 jaar gerijpt.

Carignan  
Een blauwe druivensoort die in Zuid-Frankrijk, Noord-Amerika en Californië royaal is aangeplant. Hij levert vrij krachtige wijnen die in hun jonge jaren fruitig zijn. Waarschijnlijk een van oorsprong Catalaanse druif, en nergens geeft deze druif een mooiere wijn dan in de Roussillon.

Cepage  
Wordt voor 100% van één druivenras gemaakt. De wettelijke grens ligt meestal bij 85%. Mengsels van druivenrassen zijn vaak ook lekkerder.

Chambreren  
Het op serveertemperatuur laten komen van een fles rode wijn welke uit de kelder o.i.d. komt.

Chaptalisatie  
Het toevoegen van suiker aan de gistende most om het alcoholgehalte van de wijn op pijl te brengen.

Château   
Bekende term voor een wijnkasteel waar druiven worden geteeld en wijn wordt geproduceerd. Veel gebruikte term in de Bordeaux.

Châteaubotteling  
Wijn die op dezelfde bezitting/Château is gebotteld als waar de druiven zijn verbouwd.

Climat  
Term in de bourgogne voor een individuele wijngaard of appelation.

Clos  
Franse term voor een specifieke ommuurde wijngaard. Komt veel voor in de Bourgogne.

Concentratie  
Procedure bij vinificatie.  Vóór de vergisting sap/water aan de most onttrekken zodat er een geconcentreerdere wijn ontstaat.

Coöperatie  
Een kelder die gemeenschappelijk wordt bestuurd door een groep wijnboeren. Ongeveer 30% van de Franse wijnproductie wordt voortgebracht door meer dan 1.000 coöperaties.

Crémant  
Is mousserende wijn uit Frankrijk en andere Franssprekende gebieden. De wijn wordt gemaakt volgens de méthode traditionnelle.

Cru bourgeois 
Kwaliteitsaanduiding in de Bordeaux streek. Deze kwalificatie staat in rang onder die van de Cru classés.

Cru classé  
Kwaliteitsaanduiding voor de beroemde châteaux in de Bordeaux streek.

Grand cru classé 1855 
Keizer Napoleon III vroeg voor de wereldtentoonstelling van Parijs in 1855 om een classificatie voor de beste wijnen van de Bordeaux, die daar geëxposeerd werden. Wijnhandelaren hebben daarop gereageerd door een systeem in het leven te roepen, waarbij châteaux geclassificeerd werden op basis van reputatie en handelsprijs van de wijnen. Het resultaat was de Classificatie van Bordeauxwijnen van 1855.

Coulure   
Verschijnsel in de wijngaard waarbij een deel van het potentiële fruit geen vrucht zet tijdens de bloei in de vroege zomer. Het gevolg is een lage opbrengs druiven tijdens de oogst.

Crianza 
Wijn, voor crianza gelden verschillende regels over rijping op vat en op fles per gebied.

Cru 
Frans, letterlijk: gewas. Wijnen met het etiket cru komen van de beste wijngaarden binnen een bepaald gebied

Crush   
In de “nieuwe wereld” wordt deze term veel gebruikt voor de druivenoogst en het wijnmaken.

Cuve   
Frans voor kuip of tank waarin de wijn gemaakt wordt of gerijpt wordt.

Cuvier  
Het gebouw waarin de gisting plaatsvindt en de cuves staan. Term die veel wordt gebruikt in de Bordeaux.

Decanteren 
Overschenken van de wijn in een karaf, teneinde het "droesem" van de wijn te scheiden

Depot 
Bezinksel. Wijn van cabernet sauvignon druiven geeft veel depot, pinot noir amper. Kan zeer bitter smaken. Niet te verwarren met wijnsteen. Het depot ontstaat tijdens de gisting op de bodem van het vat (lie). Wanneer de wijn ongefilterd wordt gebotteld zullen vaste delen in de fles kunnen komen. Depot ontstaat ook tijdens de rijping van rode wijn in de fles en verzamelt zich op de bodem. Is te verwijderen met decanteren.

DOC  
Denominazione di Origine Controllata. Een na hoogste kwalificatie in Italië. De wijn komt van speciaal stuk land. Anno 2012 kent Italië 334 DOC wijnen.

DOCG 
Denominazione di Origine Controllata e Garantita . De allerhoogste kwaliteitsnorm in Italië. Wijnen moeten gekeurd worden door een commissie voordat ze gebotteld mogen worden. Anno 2012 kent Italië 73 DOCG wijnen.

Domaine  
Franse term voor een bezitting/huis/kasteel dat wijn produceerd. Komt veel voor op wijnen uit de Bourgogne.

Domeinbotteling  
Wijn die gemaakt en gebotteld is door dezelfde persoon/onderneming als die de druiven ervan verbouwde.

Dosage  
De hoeveelheid zoete wijnsubstantie die vóór het bottelen aan een mousserende wijn wordt toegevoegd.

Droesem 
De drab die naar de bodem van de tank zakt. Deze kan afgestorven gistcellen, pulp, zaden en stelen bevatten. Soms wordt hiermee ook het bezinksel bedoeld dat in de hals van de fles zit na de tweede fermentatie van mousserende wijnen. Dit bezinksel wordt later in het proces nog verwijderd.

Droog 
Een droge wijn, wordt tegenwoordig ook "strak" genoemd. Wil men daar een droge wijn verkrijgen dan zal vaak warmte aan de gistende wijn moeten worden toegevoegd om alle suiker (tot minder dan 4 g/l) te kunnen vergisten.

Druivenras 
Het druivenras is de belangrijkste smaakbepalende factor op grond waarvan je een wijn kunt herkennen. Hoeveel druivenrassen er precies zijn weet niemand. Het zijn er in ieder geval vele honderden, zo niet duizenden.

Eikenhout  
Veel wijnen worden in contact gebracht met eikenhout, in de vorm van eikenhouten vaten of soms ook houtsnippers om de wijn een extra smaak dimensie te geven

Eiswein  
Zeer zoete wijn van druiven die aan de wijnstok zijn bevroren. Een Duitse en Oostenrijkse specialiteit.

En Primeur  
Wijn in de “voorverkoop”. Wijnen die al verkocht worden voordat hij is gebotteld. Gangbare manier van doen in de Bordeaux.

Enten  
Techniek waarbij het vruchtdragende deel (bovenste) van de wijnstok op een andere onderstam word geënt. Vaak op een onderstam die resistent is tegen ziektes.

Estate botteling  
Wijn die is gebotteld op het “estate” waar de druiven ook vandaan komen.

Fenolen  
Algemene term voor de potentiële tannines, pigmenten, smaak en geurstoffen in de druif.

Filteren  
Ingreep tijdens het vinificatie proces. Vaste bestandsdelen zoals gistcellen worden uit de wijn gefilterd.

Fles  
De standaard eenheid van het volume wijn in de fles. 0.75 liter.

Flesrijping  
Het doorrijpen van de wijn in de fles.

Flor  
Gist die zich als een dikke laag op het wijnoppervlak vormt. Komt voor bij het produceren van Sherry’s

Futures  
Wijnen die “en primeur” worden verkocht (zie En Primeur)

Fysiologische rijpheid  
Term voor de rijpheid in de schillen van druiven. Deze schillen bevatten zogenaamde fenolen. Kleur, geur en smaakstoffen.

Geoxideerd 
Oude wijn of de wijn is in aanraking met te veel lucht geweest waardoor hij een bruine kleur heeft, z'n fruitige aroma's kwijt is en daarvoor in de plaats overrijpe en vaak ook zure aroma's heeft gekregen.

Gist 
Eencellige micro-organismen (zwammen) die van nature voorkomen op de schil van de druif. Zij brengen de alcoholische gisting op gang en zijn onmisbaar bij de bereiding van wijn.

Grenache 
Is van herkomst een Spaanse druivensoort en wordt, vanwege de dunne schil met weinig pigment, veel gebruikt voor de productie van rosé en blendwijnen. Het is waarschijnlijk de meest aangeplante blauwe druivensoort ter wereld.

Grand Cru  
Veel gebruikte term in de Bordeaux en Bourgogne die de allerbeste wijngaarden aanduiden.

Grand Crus classé 1855 
Keizer Napoleon III vroeg voor de wereldtentoonstelling van Parijs in 1855 om een classificatie voor de beste wijnen van de Bordeaux, die daar geëxposeerd werden. Wijnhandelaren hebben daarop gereageerd door een systeem in het leven te roepen, waarbij châteaux geclassificeerd werden op basis van reputatie en handelsprijs van de wijnen. Het resultaat was de Classificatie van Bordeauxwijnen van 1855.

Gran Reserva 
Spaans, rode wijnen die minimaal in 24 maanden in houten vaten rijpen en minimaal 36 maanden in de fles. Witte en roséwijn rijpen in totaal 48 maanden, met een minimum van 6 maanden in het vat. Aantal maanden rijping in vat en op fles verschilt per gebied/land.

Groeikracht  
De neiging van een wijnstok om blad aan te maken. Een groeikrachtige wijnstok kan te veel bladeren ontwikkelen waardoor de vruchzetting stagneert.

Hangtijd  
Uitdrukking voor de vaak extra tijd dat de druiven aan de wijnplant blijven hangen om de juiste balans in rijpheid te bereiken.

Hybride  
Wijnstokvariëteit die gekweekt is door de ene soort (Vinifera) met een ander soort (vaak Amerikaanse) te kruisen.

Jeroboam  
Fles met een inhoud van 3 liter.

Kalkrijk  
Term die bij het beschrijven van een bodem gebruikt wordt. Een aanduiding voor een bodem die veel kalk bezit. Komt veel voor in de bourgogne.

Keller  
Duitse term voor kelder.

Klaring  
Het helder maken van de net vergiste wijn door het toevoegen van klaringsmiddelen als eiwit of bentoniet. Het middel trekt “zwevende” deeltjes aan en neerslaat naar de bodem.

Late harvest  
Engelse term voor het franse vendange tardive. Letterlijk: late oogst. Dit resulteert in een zeer zoete wijn.

Loofwandbeheer  
Wijnbouwkundige term waarbij de positie en dichtheid van het loof (de bladeren) bewust wordt beheerd met als doel een optimale kwaliteit druiven te verkrijgen.

Macération Carbonique  
Franse term voor koolzuurweking. Een vinificatietechniek waarbij de intacte druiven in een gesloten vat worden vergist onder invloed van kooldioxide.

Macereren  
Het in laten weken van druiven.

Magnum  
Fles met een inhoud van 1,5 liter.

Malolactische fermentatie  
Vinificatie techniek waarbij het scherpe applzuur onder invloed van melkzuurbacteriën en warmte om wordt gezet in het mildere melkzuur. Geeft dus een verzachtend effect aan de wijn.

Methode Traditionelle 
Wijnbereiding in twee stappen. De eerste gisting op vat of tank en de tweede gisting in de fles. Doordat het bij de tweede gisting ontstane koolzuur niet kan ontsnappen lost het in de wijn op en ontstaat een mousserende wijn.

Melange  
Samenstelling van meerdere basiswijnen die bij elkaar worden gevoegd vóór het bottelen. Het resultaat heet een blend wijn.

Merlot 
Een druivenras, voor het eerst in boeken vermeld in 1784 als een van de betere rassen in het gebied van Libourne. De naam zou afkomstig zijn van het Franse woord merle (merel). Het is een druivenras en behoort tot de klassieke druiven van de Bordeaux en de belangrijkste druif in Saint-Emilion en Pomerol.

Mesoklimaat  
Het klimaat dat heerst op een klein stukje land.

Méthode Traditionnelle 
Aanduiding voor het mousserend maken van wijn doormiddel van een tweede gisting op fles. De term Méthode Traditionnelle mag buiten de Champagnestreek gebruikt worden.

Meeldauw  
Schimmelziekte die op de loer ligt in de wijngaard. Gebruikelijke behandeling is bespuiten.

Millerandage  
Franse term voor ongelijkmatige vruchzetting tijdens de bloei die kan resulteren tot ongelijkmatige rijping van de druiven.

Mise  
Frans voor het bottelen van de wijn. “Mise en bouteille au Château/Domaine” betekent op het  Château/Domaine gebotteld.

Most  
Overgangsfase van druivensap naar wijn.

Négociant  
Frans voor een bottelende handelaar.

Nieuwe Wereld 
Het geheel van wijnlanden die niet bij de oude Europese wijnlanden horen, zoals Chili en Australië. Onder de Oude wereld vallen wijnlanden als Frankrijk, Spanje en Italië.

Non-vintage  
Term die met name wordt gebruikt voor mousserende wijnen zoals Champagne om een wijn aan te duiden die geen jaartal draagt, maar een samenstelling is van verschillende oogstjaren.

Oenologie  
Wetenschap van wijnbereiding. Hieronder vallen zowel de viticulture als vinificatie. Een oenoloog is een wijnbouwkundig ingenieur.

Onderstam  
Het worteldragende deel van een wijnstok.

Ongefilterd 
Niet gefilterde wijn, waarbij droesem nog onder in de fles aan te treffen is.

Ontzuren  
Vinificatie techniek die toegepast wordt in relatief koele klimaten waarbij het zuurgehalte van een wijn bewust wordt verlaagd, door toevoeging van kalk en soms water.

Oogsten 
Het binnenhalen van het fruit, plukken. handmatig of machinaal. Soms 's nachts omdat het koeler is: om spontane gisting te voorkomen, omdat de wet een minimale temperatuur vereist (Eiswein), of opdat fruit kouder kan gisten. Soms bij volle maan (macrobiotisch). Vroeg oogsten doe je wanneer het een hete zomer is geweest (2003). Het fruit is dan al rijp (tannine) en met met langer uitstellen van het oogsten, gaan alle zuren verloren.

Op dronk 
Wanneer een wijn genoeg rijping heeft gehad om drinkbaar te zijn. De meeste wijnen zijn bij het bottelen al drinkbaar. Sneller op dronk betekent minder voorraadvorming en geschikt voor dagelijks gebruik.

Opleggen  
Een wijn bewust laten rijpen in de fles. Meestal gedurende een aantal jaren.

Ouillage  
De ruimte tussen de wijn en het vat of de wijn en de kurk in de fles.

Oversteken  
Wijn van het gistbezinksel overpompen/hevelen naar een ander vat.

Oude wijnstokken  
Staan vaak in aanzien omdat ze de wijn door hun lagere opbrengst een hogere concentratie en kwaliteit geven. In franse termen wordt gesproken over vieilles vignes.

Owc  
Gangbare afkorting in veilingcatalogi voor “original wooden case”. De oorspronkelijke houten kisten.

Oxidatief 
Rijpe, zwoele aroma's tot naar zuur; de wijn heeft te veel contact met zuurstof gehad.

Persen 
Druiven persen. Het sap uit de druiven treden met de voet, was vroeger de gewoonte. Nu nog wel in Portugal (Douro). Door een moderne machine kan dat nu zeer precies worden uitgevoerd. Een belangrijk moment bij het wijn maken. Hoe minder vaste delen je met het sap mee laat vloeien, des te minder er van de schil (tannine) in de most terecht zal komen. Het zuivere sap. Ook de schilwand kan men onbeschadigd achterlaten. Voor een zuivere wijn zijn het glucoserijke sap en de gistcellen van belang. Laat men vaste delen toe in een most, dan zal de wijn anders gaan smaken. Vaste delen zijn er later eventueel uit te filteren. Maar goede apparatuur om dit te kunnen, is erg duur.

pH  
Belangrijke maat voor de zuurgraad van de wijn die ook de kleur en het rijpingspotentieel kan beïnvloeden.

Phylloxera 
Ziekte in de wijnranken, veroorzaakt door een klein vliegje (druifluis) die eind 19e eeuw het grootste deel van de Europese wijnbouw vernietigde. Ongeveer 3/4 van de Franse wijngaarden vernietigd. De techniek van het enten heeft de Franse wijngaarden gered.

Pinot blanc 
Is een aan de Pinot noir en Pinot gris verwante druif en vindt zijn oorsprong in Frankrijk. Pinot Blanc is een druivensoort die weinig ziektegevoelig. De druif geeft vrij neutrale wijnen en zowel in de smaak als de geur komen appels en wit fruit naar voren.

Pinot noir  
Blauwe druif waarvan alle grote rode Bourgognes worden gemaakt. De Pinot Noir is een wereldwijd veel aangeplante druif en is één van de oudste druiverassen en vindt volgens kenners zijn oorsprong in het Nijldal. Pas Vanaf de 4de eeuw wordt de Pinot Noir gekweekt in de Bourgogne.

Polyfenolen 
In wijn: tannine en de kleurstoffen. Wateroplosbare stoffen die een belangrijke rol in alle levensmiddelen vervullen, als antioxidant, kleurstof, tegengaan van bruinkleuring, remstof voor enzymen. Erg gezond.

Premier cru  
Veelgebruikte term. Wijst in de Bourgogne en de Champagne naar een van de beste wijngaarden.

Primeur (nieuwe wijn) 
Wijn die volgens een snelle methode is geproduceerd. De primeurs mogen de wijnmakerijen verlaten vanaf 15 november.

Prosecco 
Is een witte druif en wordt voornamelijk gebruikt voor mousserende wijn. De druif is aangeplant in Italië ten oosten van Venetië en in Frioul.  De oorsprong van deze druif ligt waarschijnlijk in de gelijknamige gemeente Prosecco.

Refractometer 
Is een apparaat om het suikergehalte in druiven te meten.

Remuage  
Franse term die wordt toegepast bij de productie van mousserende wijn. Het gistbezinksel dat neerslaat bij de tweede gisting op fles doormiddel van de fles te kantelen en draaien.

Rendement (wijngaard) 
Opbrengst van druiven per oppervlakte eenheid. Uitgedrukt in hectoliter per hectare.

Reserva 
Wijn, aantal maanden rijping in vat en op fles verschilt per gebied/land. B.v. Portugal: 12 maanden gerijpt op hout, 24 maanden op de fles. Een reserva moet voldoen aan drie voorwaarden. Hij moet afkomstig zijn van één goed oogstjaar en minimaal één jaar op vat en één jaar op fles hebben gelegen. Het alcoholgehalte moet minimaal een half procent hoger zijn dan is voorgeschreven.

Restsuikergehalte  
Een belangrijk gegeven in de wijn. De hoeveelheid onvergiste suikers die in de wijn achterblijft.

Rooien  
Het opzettelijke verwijderen van complete wijngaarden.

Rose 
Frisse wijn, gemaakt door de schillen van blauwe druiven voor de kleur kort met het witte druivensap te laten meegisten. Meestal een assemblage van druivensoorten. Saignée komt hier goed van pas.

Rozijn   
Gedroogde druif waarvan bepaalde type wijnen wordt gemaakt zoals Amarone.

Saignée   
Letterlijk: Bloeden. Franse term voor tijdens het gisten van rode wijn een klein deel van de most laten welglopen om de wijn geconcentreerder te maken.

Sangiovese 
Blauwe Italiaanse druivesoort die de basis vormt van Chianti. De druif wordt in heel Italië verbouwd en geeft fonkelende rode wijn met een kruidige smaak.

Sauvignon Blanc 
Is een witte druif met een groenige schil, gebruikt voor de bereiding van witte wijn. Deze druif wordt in veel wijnlanden aangeplant. De oorsprong ligt in zuidwest Frankrijk. Het is de voorname druif in Sauternes en Barsac. Maar zeker ook in de Loirevallei. In meer streken maakt men van deze druif succesvolle wijnen. Zowel zoet als droog.

Schimmelziekten  
Ziekten die in de wijngaard veroorzaakt worden door schimmels/bacteriën en die de druiven aantasten.

Sherry 
Spaanse wijn. Kenmerkend voor sherry zijn ziltigheid, oxidatietonen, impressies van jodium en noten, strakke droge of juist zoetige, warme smaakpatronen. De naam komt van de stad Jerez de la Frontera ( de la Frontera verwijst naar de oude grens tussen de Moren en de Christenen).

Sin-Crianza 
In Rioja een aanduiding voor een jonge wijn die minder dan 1 jaar op fles heeft gerijpt.

Single variety wine 
Wijn bereid uit slechts één druivensoort. Wordt in de nieuwe wereld als dusdanig bestempeld indien minimaal 85 procent van de gebruikte druiven van één druivensoort afkomstig zijn. In de oude wereld mag bij een minimaal gebruik van 85 procent van een bepaalde druivensoort deze druivensoort op het etiket vermeld worden. Ook wel monocépage genoemd.

Sommelier  
Wijnkelner/ober die in restaurants vertantwoordelijk zijn voor wijn inkoop en -verkoop.

Stabiel 
Een wijn is stabiel wanneer de gisting niet spontaan meer optreedt. In deze tijd een verouderd begrip, al kan je bij een handelaar of producent best eens een fles van obscure kwaliteit in je handen gedrukt krijgen.

Steen (SMAAK) 
Steen is een druivenras in Zuid-Afrika. Is hetzelfde als de chenin blanc uit de Loire. Steen (gesteente) is erg belangrijk als onderdeel van de bodemsamenstelling. Bepaalt de mate van wortelgroei, structuur van een wijn.
Met een steensmaak wordt de smaak bedoeld die een wijn zal aannemen wanneer deze in kruiken is verpakt. Wordt in wijn mineralig genoemd, dan kan de herkomst van de stenen uit de bodem komen.

Structuur 
Kwalificatie die belangrijk is om aan te geven of een wijn te bewaren is, dan is structuur nodig. Dit wordt gevormd door de zuren en tannine. Door laat te oogsten verliest een wijn aan structuur, maar krijgt meer ronding.

Sur Lie  
Frans voor een wijntype die voor extra veel smaak bewust in contact met de “lies” gehouden wordt.

Syrah 
Is de typische druif voor wijnen uit de noordelijke Rhône vallei en is over de hele wereld succesvol. Syrah kent een complex aroma van viooltjes, zwarte kersen, rode en zwarte bessen, wilde kruiden, drop, chocolade, koffie. De Syrah is een vroegrijpe druif en bevat veel tannine.

Tannine 
Tannine is een van de belangrijkste bestandsdelen van rode wijn en wordt ook wel looizuur genoemd en komt voor in de schillen, pitjes en steeltjes van druiven. Ook via een eikenhouten wijnvat komt er tannine in de wijn terecht. Bij het persen en gisten van de druiven komt er tannine in de wijn. Door de tannine kan een wijn langer bewaard worden omdat de tannine het oxidatieproces vertraagd. Witte wijn is arm aan tannine, tien maal minder dan rode wijn. Tannine is voor rode wijn wat zuurgraad is voor witte wijn.

Tafelwijn 
Laagste categorie wijn. Meestal uitsluitend met aanduiding van het land van herkomst of de EU.

TBA  
Afkorting van Trockenbeerenauslese. Duitse term voor zeer zoete wijn waarvan de druiven met botrytis zijn aangetast.

Tempranillo 
Een druif is een typisch Spaanse druivensoort voor rode wijn, die vroeg rijp is (de naam Tempranillo betekent dan ook ‘vroeg’).

Terrior 
Frans, bodemsamenstelling. 'Terre' betekent grond of bodem. Staat voor het totaal van de directe omgeving van de druivenstok. Hieronder vallen bodem, microklimaat en de natuurlijke waterhuishouding. Terroir wil ook zeggen dat men de bodem in de wijn kan proeven.

Varietal wijn 
Wijn die voor het grootste deel van één druivenras is gemaakt en genoemd is naar dit druivenras. Deze wijnen komen meestal uit gebieden waar veel druivenrassen op een kleine oppervlakte worden verbouwd. Vooral wijnlanden uit Noord- en Zuid-Amerika, en Australië en Nieuw-Zeeland passen deze praktijk toe. Zie ook Cépage.

Vatrijping 
Het proces van rijping van wijn in een vat. Hierdoor wordt de wijn door allerlei biochemische reacties steeds beter drinkbaar.

Vatgisting, Houtgisting  
Veel voorkomende en bekende vinificatie techniek waarbij de eerste vergisting plaats vindt in een houten  vat.

Vendange tardive 
Franse term voor late oogst. Zie: late harvest.

Vermout 
Italiaans, ook wel vermouth. Versterkte witte of rode wijn. Op smaak gebracht met planten, kruiden, suiker en caramel. De grootste producenten zitten in Piemonte. Eén daarvan, Martini & Rossi, is zo bekend geworden dat Martini synoniem is geworden voor Vermout.

Versterkte wijn  
Wijn die sterk is gemaakt door in een bepaalde fase tijdens de wijnbereiding alcohol toe te voegen. Voorbeelden zijn Port of Sherry.

Vieilles vignes  
Frans voor oude wijnstokken. Soms wel stokken van meer dan tachtig jaar oud.

Vigneron  
Frans voor wijnbouwer/druiventeler.

Vin de garde  
Frans voor een wijn die gemaakt is om te ouderen. Een zogenaamde bewaarwijn.Het potentieel van de wijn in de fles is groot.

Vin de paille  
Zoete wijn van gedroogde druiven.

Vin Doux Naturel  
Zoete sterke wijn die wordt gemaakt door alcohol aan de gistende most toe te voegen voordat de wijn voledig vergist is.

Vin gris  
Bleekroze wijn die ontstaat uit zeer kort contact met de schillen van de druiven. Ookwel blush wine genoemd.

Vinifera  
Europese soort wijnstok van het geslacht viniferera.

Vinificatie  
Wijnbereiding. Die manier waarop wijn gemaakt wordt.

Vintage  
Term voor het benoemen van één enkel oogstjaar. Komt met name voor bij Champagne, Madera of Port.

Walsen Het ronddraaien van het glas (op een tafel of in de hand) om aroma's los te maken. Eerst ruiken, dan walsen, dan wederom ruiken. Het verdiend aanbeveling een groot glas te nemen bij het proeven van wijn, zie glaswerk.

Wijnsteen 
Kristallen die als witgele kruimels op de bodem van de fles zichtbaar zijn. Teken van goede wijn, aangezien het gehalte aan het lekkere wijnsteenzuur hoog is geweest.
Ontstaat o.a. door (witte) wijn bij lage temperatuur te bewaren. Hierbij kristalliseert wijnsteenzuur uit door een verbinding met Kalium (mineraal) aan te gaan. Heeft geen invloed op de smaak, zoals dépôt dat bij rode wijn wel kan hebben (bitter).

Wrang 
De wangen trekken naar binnen, niet echt lekker. Komt voor bij jonge wijnen: onrijpe tannine en weinig lekkere zuren, zoals appel- en citroenzuur. De zuren kunnen door rijping wegvallen, de onrijpe tannine niet.

Ziel 
Van een fles. Holte in de bodem van een fles, oorspronkelijk bedoeld om te zorgen dat eventueel bezinksel zich niet teveel door de wijn verspreid bij het uitschenken.

Zoet 
Smaakkenmerk van een wijn, tenminste 45 g/l (D en O). Wijn met suiker, niet altijd filmend. Bij hogere zuurgehaltes kan een wijn meer suiker hebben voordat de wijn zoet gaat smaken (honing is ook heel zuur). Zoete wijn maken.

Zomerwijn 
Een frisse wijn met niet teveel alcohol, vrij droog en strak. Niet complex.

Zuiver 
Schoon. Positieve indruk van een wijn. Komt voor bij strakke witte wijnen en rosé.

Zuurgraad 
Alle wijnen bevatten zuren, maar er moet onderscheid gemaakt worden tussen de vluchtige en de vaste zuurgraad. De vluchtige zuurgraad geeft bouquet aan de wijn, maar een teveel ervan doet de wijn verzuren. De vaste zuurgraad geeft harmonie aan de wijn.

Zwaar 
Zware wijn door een hoog alcoholpercentage en vermoeiend door weinig zuur. Meestal bij warme jaren of warme gebieden. Ook: veel tannine.


De geschiedenis van wijn

De geschiedenis van de wijnbouw gaat duizenden jaren terug. Het is een bijzonder rijke geschiedenis. Immers, wijn is van het prille begin af aan nauw verbonden geweest met cultuur in de breedste zin des woords. Met eten en drinken, met religie, met kunst, maar ook met de vormgeving van het landschap. Kortom: wijn is een cultuurhistorisch fenomeen bij uitstek.


Hoe het begon

Wijnbouw is naar alle waarschijnlijkheid ontstaan in het Nabije Oosten, in Mesopotamië of in de Kaukasus. In die laatste regio claimt Georgië het oudste wijnland ter wereld te zijn met een wijnbouwtraditie die 7000 jaar teruggaat! De geschiedenis van wijn is begonnen op het moment waarop men ontdekte dat men de vruchten van een wilde kruipplant tot een roesverwekkende drank kon laten vergisten. Door die wilde plant te veredelen en te geleiden werden de resultaten steeds beter. De wijnbouw begon zich al spoedig te verspreiden over Klein Azië en Griekenland, en, door toedoen van Phoeniciërs en Grieken, langs de kusten van Zwarte en de Middellandse Zee.

 

Romeinse beschavingsdrang

Voor de verspreiding van de wijncultuur in het grootste deel van Europa zijn de Romeinen verantwoordelijk geweest. Als bezetters weliswaar, maar toch. Vrijwel alle klassieke Europese wijngebieden hebben hun ontstaan aan hen te danken, van Bordeaux tot Roemenië en van Catalonië tot de Moezel. Zij waren ook de eersten die bepaalde wijnen met naam en toenaam vermeldden, met als beroemdste de Falerner.

Het ging overigens wel vaak om wijnen die met allerhande middelen ‘op smaak’ gebracht werden. De kennis van de wijnmakers stond in deze tijd namelijk op een laag peil, althans naar de maatstaven van vandaag. Hoe men een wijn op een natuurlijke manier kon conserveren wist men niet. Toevoeging van honing, kruiden (à la glühwein) of hars (zoals nog altijd in retsina!) bood echter uitkomst.

 

Met dank aan de monniken

Na de ondergang van het Romeinse rijk volgde een periode van grote turbulentie, met invallen van Hunnen en volksverhuizingen. De wijnbouw heeft deze ‘duistere’ periode enkel kunnen overleven dankzij de inspanningen van kloosters. In de christelijke eredienst kon men niet zonder wijn, dus er rustte op de monniken een bijna heilige plicht om de kennis van het wijnmaken te bewaren. Ze hebben dat tot eind 18e eeuw gedaan!

Vanaf de 9e eeuw, toen de wijnliefhebbende keizer Karel de Grote (Charlemagne) het in een groot deel van West Europa voor het zeggen had, kwam de expansie van de wijnbouw goed op gang. Hij stimuleerde de bouw van nieuwe kloosters en daarmee de verbreiding van de wijnbouw in delen van het huidige Duitsland en Frankrijk. In de Bourgogne bijvoorbeeld, waar een van de beroemdste witte wijngaarden nu zijn naam draagt, Corton-Charlemagne.

Weer wat later droeg de opkomst van de steden en de burgerij bij tot een verdere bloei van wijnbouw en wijnhandel. Mede dankzij een tijdelijke opwarming van het klimaat in Europa bereikte de aanplant van druivenstokken rond 1500 zelfs een recordomvang. Ter illustratie: in Duitsland was in die tijd drie keer zo veel wijngaard aangeplant als nu!

 

Schepen en flessen

Rond 1600 deed zich een interessant verschijnsel voor. Hollanders en Engelsen gingen zich toen op grote schaal bezighouden met de internationale wijnhandel. En ze gingen in hoge mate bepalen wat voor wijn een streek diende te produceren. 

Tot in de 18e eeuw werd alle wijn getransporteerd en bewaard in vaten. De bewaarmogelijkheden waren daardoor uiterst beperkt. Het gebruik van goed afsluitbare flessen zou daar echter verandering in brengen. Het zal geen verbazing wekken dat die flessen vooral gebruikt werden voor topwijnen. Daartoe behoorden onder meer de wijnen van de huidige Premiers Crus in Bordeaux, met voorop Château Haut-Brion. Flessen werden in die tijd met de mond geblazen. Met één keer uitblazen kon een glasblazer een fles vormen met een inhoud van ongeveer 75 centiliter. Later zou dit de standaardmaat worden.

 

Tegenslag en vooruitgang

De 19e eeuw was voor de wijnbouw de eeuw van de van grote hoogte- en dieptepunten. In heel Europa dreigden wijngaarden voorgoed te verdwijnen bij gebrek aan effectieve bestrijdingsmiddelen. De enige remedie bleek – en is nog steeds – het enten van Europese druivenplanten op resistente Amerikaanse (!) onderstokken.

Als gevolg van de phylloxera veranderde de Europese wijnbouw ingrijpend. Phylloxera (de druifluis Daktulosphaira vitifoliae) is een bladluizensoort uit de familie Phylloxeridae.

Deze luis is een zeer schadelijke voor druivenplanten De soort is afkomstig uit Noord-Amerika en is door de mens naar Europa gebracht. Met name in de negentiende eeuw heeft deze soort ervoor gezorgd dat een groot deel van de Europese wijngaarden werd vernietigd, in Frankrijk bezweek na 1870 ongeveer 70% van alle planten. Het bestrijden van de druifluis was vrijwel onmogelijk. 

De 19e eeuw is ook de eeuw van de techniek en industrialisering. De groei van de steden en de aanleg van spoorwegen veroorzaakten nieuwe behoeften en mogelijkheden. Wijngebieden die eerder slechts voor eigen behoefte hadden geproduceerd, veranderden door de ontsluiting plotseling in regio’s met nationale betekenis. De Languedoc is in dit opzicht al weer een schoolvoorbeeld.

In de 19e eeuw is ook de grondslag gelegd voor de moderne oenologie, de wetenschap van de wijnbereiding. Dat gebeurde door de Franse geleerde Louis Pasteur. Van de vele ontdekkingen die hij deed is die van het hoe en waarom van de alcoholische gisting wellicht de belangrijkste.

 

Herkomst

Eind 19e begin 20e eeuw groeide het besef dat namen van herkomstgebieden beschermd moesten worden tegen misbruik. In Frankrijk resulteerde dat in 1935 in de creatie vanappellations d’origine contrôlées. Weliswaar waren eeuwen eerder al individuele gebieden als Chianti en de Douro (de portstreek) door regelgeving afgebakend en beschermd, op nationaal vlak had Frankrijk de primeur. Andere landen zouden dit voorbeeld volgen.

Het belang van individuele eigenschappen van een wijn is in de loop van de 20e eeuw alleen nog maar groter geworden. Behalve het herkomstgebied werd ook de naam van de producent een indicatie voor de kwaliteit. Na de Tweede Wereldoorlog ging de individuele, zelf bottelende producent geleidelijk aan de plaats innemen van de handelshuizen die in de regel verschillende basiswijnen, afkomstig van diverse producenten, mengden tot één standaardwijn. Dit betekende automatisch een grotere diversiteit in het aanbod.

De 20e eeuw is, meer nog dan de 19e, de eeuw van de techniek geweest. Zowel in de wijngaard als in de kelder. Trefwoorden: rationalisatie, mechanisatie, controle van het totale productieproces. Zo lang techniek geen doel op zich is, maar dient als ondersteuning van wat de natuur te bieden heeft – het terroir (bodem, klimaat, ligging) – en van de intuïtieve creativiteit van de wijnmaker, dan is dat een goede zaak.

Dankzij beter wijngaardbeheer zijn de opbrengsten fors gestegen. In de kelder hebben het gebruik van roestvrij staal en temperatuurcontrole gezorgd voor een gemiddeld veel hoger kwaliteitsniveau. De Nieuwe Wereld heeft in dit opzicht de Oude de weg gewezen.

 

Opkomst van de Nieuwe Wereld

De Nieuwe Wereld is de verzamelnaam voor al die wijnlanden die buiten Europa en het Middellandse Zeegebied liggen. Nieuw is in dit geval nogal betrekkelijk, want tal van landen kennen een wijngeschiedenis die een paar eeuwen oud is. De introductie van de wijnbouw gebeurde door de Spanjaarden in hun kolonies in Zuid- en Midden-Amerika, door de Nederlanders in Zuid-Afrika, en door de Engelsen in Noord-Amerika en Australië.

Maar, ere wie ere toekomt, Fransen, Italianen en Duitsers waren meestal de echte pioniers op het gebied van het daadwerkelijke wijnmaken. In de tweede helft van de 19e eeuw ontstond er in landen als Australië, Chili en Californië een wijnindustrie met een serieuze omvang. De productie was meestal alleen voor de lokale behoefte en de warmte in sommige landen van invloed op de stijl van de wijnen. Die waren vaak alcoholisch en zoet. Net als in Europa kende men ook de nodige ups en downs, met als beruchtste voorbeeld de Drooglegging in Amerika.


De classificatie van wijn wordt beschreven in wetten en regelgeving van landen afzondelijk. Dit om kwaliteit naar de consument te kunnen
garanderen. Ook is de classificatie belangrijk omdat de wijnen die onder een bepaalde classificatie hangen gebonden zijn aan regelgeving over bijvoorbeeld het vinificatieproces, de behandeling van de druivenstokken, het gebruiken van bestrijdingsmiddelen, druivenras, opbrengst per hectare en alcoholgehalte.

Maar een hogere kwalificatienorm is niet altijd een garantie voor een “betere” wijn, dit weet men pas nadat elk jaar de nieuwe oogst wordt beoordeeld door middel van een wijnbeoordelingssysteem.

In alle wijnlanden van de wereld zijn er wijnboeren/wijnmakers die van eenvoudige druiven uit eenvoudige wijngaarden toch goede wijn kunnen maken. Een “goed wijnjaar” is ook geen garantie voor een goede wijn. De wijnboer kan hier natuurlijk wel optimaal gebruik van maken. Goede wijnmakers echter, zijn ook in staat om in minder goede wijnjaren een acceptabele wijn te produceren. Omgekeerd zijn er beroemde wijngaarden of wijnhuizen die “teren” op hun naam van weleer, maar nu de kwaliteit niet meer kunnen waarmaken.

De verschillende wijnbouwlanden hebben allen hun eigen criteria in het maken en benoemen van een wijn.

Frankrijk
De officiële classificatie voor wijnen uit de Bordeaux streek is vastgesteld door Keizer Napoleon III in 1855. Toen vroeg hij voor de wereldtentoonstelling van Parijs in 1855 om een classificatie voor de allerbeste wijnen die daar getoond werden.

De beste wijnen, met als uitgangspunt (hoe hoger de prijs, hoe beter de wijn) werden verdeeld in 5 groepen van van Grand Cru’s. Oplopend van cinquième Grand Cru tot Premier Grand Cru. Alle rode wijnen kwamen uit de Médoc, behalve Château Haut-Brion die uit de Graves kwam.

De classificatie is tot op de dag van vandaag nooit gewijzigd (dit vaak tot grote ergenis van hedendaagse Château’s die fantastische wijnen maken en zich zonder twijfel kunnen meten met meerdere Grand Crus. Er werd slecht twee keer een uitzondering gemaakt, in 1856 werdChâteau Cantemerle 5e cru, en in 1973 werd Château Mouton-Rothschild van deuxième cru tot premier cru gepromoveerd.

Er wordt allang gediscussieerd om een nieuwe classificatie te maken, die meer recht doet aan de kwaliteitsverbeteringen (en verslechteringen) van de wijnhuizen die sinds 1855 zijn opgetreden. Ook enige wijnen die nu als cru bourgeois worden geclassificeerd hebben enige grand cru’s qua kwaliteit voorbij gestreefd. 

Italië 
Italië is een van de oudste wijnlanden van de wereld. Ongeveer 18% van alle wijn die wereldwijd geproduceerd wordt is afkomstig uit Italië en 30% van alle Europese wijnen komt uit dit land. Desondanks is slechts 8% van de wijnen, die door Nederlanders gedronken worden, Italiaans. Om een concurrerende positie te kunnen behouden in de mondiale wijnindustrie doet Italië er de laatste jaren alles aan om zich te positioneren als een producent van kwaliteitswijn.

Vanaf 1963 kregen wijnen uit wettelijk vastgestelde productiezones en gemaakt volgens
wettelijk vastgestelde productieschriften een gecontroleerdeoorsprongsbenaming: de Denominazione
de Origine Controllata, kortweg de DOC classificatie. In 1980 werd deDenominazione de Origine
Controllata e Garantita ingevoerd, kortweg de DOCG classificatie. Wijnen met een DOCG classificatie
hebben een gecontroleerde oorsprongsbenaming die een extra kwaliteitsgarantie biedt.

Zowel de wijnen met een doc classificatie als de wijnen met eenDOCG classificatie behoren tot de
wettelijk vastgestelde groep van Vini di Qualità Prodotti in Regioni Determinate, de VOPDR

Italië telde 1 maart 2006 in totaal 345 DOC wijnen en 33 DOCG wijnen (ICE, 2008). Binnen alle
productiezones van deze DOC en DOCG wijnen zijn meerdere wijnproducenten actief, wat deDOC
en DOCG benamingen tot collectieve merken maakt.

De termen van alle classificatiesystemen op een rij.

D.O.C.G. / Denominazione di Origine Controlatta eGarantita
DO.C. / Denominazione di Origine Controlatta (Classico,Superiore,Vecchia Reserva )
I.G.T / Indicatione Geografica Tipica
V.D.T. / Vino da Tavola 

IGT:
Indicazione Geografica Tipica
Eén van de meest innovatieve aspecten van de nieuwe wet is de invoering van de classificatie IGT (indicazionegeografica tipica – indicatie van geografische oorsprong). De elementen die kenmerkend zijn voor de IGT-wijnen zijn de aanduiding van het geografische gebied (bijvoorbeeld Latium of de Veneto), van de gebruikte basisdruif en van het oogstjaar. De wijnen moeten voor minstens 85% afkomstig uit het geografische gebied waarvan zij de naam dragen en moeten beantwoorden aan de criteria die zijn opgenomen in de voor iedere IGT afzonderlijke productievoorschriften, zoals:
- de maximum opbrengst druiven per hectare
- de maximum opbrengst aan wijn
- het alcoholgehalte van de wijn
- de druivensoorten die gebruikt mogen worden

DOC:
Denominazione di Origine Controllata (Gecontroleerde Herkomstbenaming)
De Toscaanse Vernaccia di San Gimignano is in 1966 de eerste wijn die de DOC-statusontvangt. Hierna volgen er nog 345, waarvan er inmiddels 32 (deels of geheel) gepromoveerd zijn tot DOCG.

Een wijn met een DOC-toekenning staat voor een kwaliteitswijn met een gecontroleerdeoorsprongsbenaming. In de productievoorschriften voor deze classificatie zijn de volgende onderdelen opgenomen
- omschrijving van de productiezone
- vereiste en toegestane druivenvariëteiten in %
- typologie van de bodemgesteldheid
- maximale druivenopbrengst per wijnstok per hectare en maximale wijnopbrengst 
- vinificatietechnieken en rijpingstijd en – wijze (op welk type houten vaten, in tanks en/of op fles)
- basiskarakteristieken van de wijn in kleur, geur en smaak zuurgehalte, minimale alcoholgehalte, eventuele restsuiker

DOCG:
De ‘G’ achter de Denominazione di Origine Controllata staat voor ‘Garantita’ en garandeert daarmee een zekere superieure kwaliteit van de wijn. In 1980 werd deze benaming ingevoerd en toegekend aan 4 wijnen van superieure kwaliteit uit Toscane en Piemonte die hun sporen op de internationale wijnmarkt al ruimschoots hadden verdiend: Brunello di Montalcino enVino Nobile di Montepulciano (beide uit Toscane), Barolo en Barbaresco (beide uit Piemonte). Vandaag de dag telt Italië 33 DOCG’s, waarvan de twee jongste wijnen (Dolcetto di DoglianiSuperiore of simpelweg Dogliani uit de Piemonte) en de Cerasulo di Vittoria (Sicilia) sinds 2005 de ‘G’ achter hun DOC mogen zetten.

Strikt genomen moet een DOCG aan strengere eisen voldoen dan het reglement voor een DOCvoorschrijft. Eén van de belangrijkste verschillen is de opbrengst per hectare die voor eenDOCG-wijn lager is dan voor de DOC-classificatie. Daarnaast moet een DOCG minstens een “leertijd” van 5 jaar doormaken als DOC. Voordat een DOCG-wijn in de handel gebracht mag worden moet hij de volgende 2 tests met goed gevolg hebben afgelegd: de eerste test wordt uitgevoerd tijdens de productiefase waarbij de wijnen een chemische en proeftechnischeanalyse ondergaan.

Er wordt bekeken of de wijn voldoende stoffen (polyfenolen, suikers en zuren) bevat om in aanmerking te komen voor de classificatie DOCG. De tweede test wordt uitgevoerd botteling en rijping. Nu wordt aan de hand van een proeftechnische test gecontroleerd of de wijn ook daadwerkelijk die karakteristieken heeft ontwikkeld die kenmerkend zijn voor die specifieke DOCG-wijn, en bekeken of de wijn goed in balans is. Indien de wijn aan de gestelde eisen voldoet krijgt de wijn de befaamde DOCG-banderolDOCG-wijnen moeten gebotteld worden in flessen van maximaal 5 liter

Wijn drinken

Het drinken van een glaasje witte wijn, rode wijn, prosecco, rosé of champagne behoort tegenwoordig tot de fijne dingen des levens. Maar dat was zo’n 50 jaar geleden wel anders. In de jaren 60 was er eigenlijk alleen rode wijn te koop. Witte wijn, rosé, prosecco was eigenlijk niet te krijgen. De enige bubbel was Champagne. Al is dat in deze tijd helemaal verandert want in Nederland dronk in 2011 zo’n 20,92 liter wijn per hoofd van de bevolking. Een toename van zo’n 15,1 procent ten opzichte van 2008. Maar toch voelen vele Nederlasnders zich op het gebied van wijn altijd nog wat onzeker. En die onzekerheid komt vooral omdat de meeste Nederlandse wijn drinkers eigenlijk helemaal niet weten wat ze precies drinken of wat voor een rode wijn, witte wijn of presecco ze moeten kopen in een wijn webwinkel of bestellen in een restaurant. Eigenlijk komen alleen de namen chardonnay, sauvignon blancprosecco, cabernet sauvignon bekent voor. Hieronder geven wij wat meer basisinformatie over wijn.

Rode wijn
Rode wijn wordt gemaakt van blauwe druiven: in de schil zit de kleurstof die de wijn rood maakt. De druiven bijvoorbeeld merlot of cabertet sauvignon worden gekneusd, men laat de hele massa van schillen en sap tezamen gisten en halverwege of tegen het einde van de gistingstijd wordt deze massa geperst. Door het gistingsproces zijn de kleurstof uit de schillen én bepaalde smaakstoffen in het sap gekomen. Hierna wordt de wijn op roestvrijstalen vaten bewaard. Sommige wijnen worden voor een bepaalde tijd op eikenhouten vaten gelegd. Eikenhout geen de wijn extra smaak en zorgt er ook voor dat de wijn langer bewaard kan worden.

Meest voorkomende druivensoorten voor het maken van rode wijn zijn: Barbera, Cabernet Franc, Cabernet SauvignonCorvinaDolcetto GrenacheMalbec, Merlot, MontepulcianoMourvèdreNebbioloPinot Noir, Sangiovese, Syrah en Tempranillo

Witte wijn
Witte wijn kan men bereiden zowel van blauwe druiven als van witte druiven. Dit weten de meeste mensen niet maar eigenlijk is het erg logisch want het sap van blauwe druiven is ook wit van kleur. Voor witte wijn worden de druiven zo kort mogelijk na het plukken geperst en laat men het blanke sap zonder de schillen gisten. Meestal worden er voor witte wijn wel witte druiven gebruikt, maar witte wijn van blauwe druiven komt ook voor.
Als alle suiker uit de druiven wordt omgezet in alcohol, krijgt men een "droge" (niet-zoete) wijn. Zoete witte wijnen maakt men ófwel van zo zoete druiven, dat niet alle suiker kan vergisten (de dure), ófwel door met bepaalde kunstgrepen de gisting te onderbreken, óf door extra suiker toe te voegen (de goedkope).
De bekendste druiven waar witte wijn van gemaakt worden zijn:

Sauvignon Blanc, Grüner VeltlinerMoscatoPinot Blanc, Riesling SémillonTrebbiano en ViognierAligoté, Chardonnay (meest aangeplante druif voor witte wijn ter wereld), Chenin Blanc, GewürztraminerGlera (Prosecco druif).

Om te ontdekken welke wijn je nu eigenlijk het lekkerste vindt gaat het er voor een groot deel over welke druif je lekker vindt. Het verschil tussen een chardonnay en sauvignon blanc is erg groot. Het beste advies is om verschillende soorten druiven van zowel witte wijn als rode wijn te gaan proeven en te onthouden &lt