Vallana Gattinara Nebbiolo 1996 Italië

Deze zeer exclusieve Gattinara DOCG uit 1996 is de koning van de Alto-Piemonte! Een rode wijn gemaakt van Nebbiolo druiven en van superieure kwaliteit. Degenen die deze rode wijn voor het eerst gaan proeven, zullen worden vervuld van verbazing en gel...

Lees meer...

Deze zeer exclusieve Gattinara DOCG uit 1996 is de koning van de Alto-Piemonte! Een rode wijn gemaakt van Nebbiolo druiven en van superieure kwaliteit. Degenen die deze rode wijn voor het eerst gaan proeven, zullen worden vervuld van verbazing en geluk, voor hen die de Gattinara al kennen is het inmiddels een verslaving geworden. Gattinara is rode wijn gemaakt van Nebbiolo druiven met een roeping voor zeer lange rijping, deze wijnen kunnen wel 50 jaar bewaard worden. Deze Gattinara is reeds 20 jaar oud en een genot om te drinken. 

Vallana hanteert strenge normen voor de rijping en de ontwikkeling van de wijn en bied de Gattinara daarom pas na zeven jaar aan voor verkoop. Een krachtig glas rode wijn voor bij een mooi diner met geuren van rozen, pruimen, gedroogd fruit, tabak en kruidnagel. Volle complexe smaak met redelijk wat zuren en mooie tannines. Houdbaar tot minimaal 2040!!!

Smaakprofiel en kenmerken

 

Land/gebied Italië (Alto-Piemonte)
Wijnhuis Vallana
Jaar 1996
Geur Zeer complex met geuren van pruimen, rozen, gedroogd fruit, tabak en kruidnagel
Smaakprofiel Heel fruitig, complex, aards, laurier en met een zeer lange afdronk
Druif Nebbiolo
Bewaren tot  2035
Serveertip Kalfshaas, lamsbout, ossenhaas, biefstuk, wild en pasta's

 
 

Wijnhuis Vallana

De familie Vallana en wijn zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De familie Vallana kent een rijke wijngeschiedenis, die teruggaat tot in 18e eeuw. Volgens de familiekronieken begint de wijngeschiedenis van de familie met Canon Gaftano Perrucconi, die als butler van de Bisschop van Novara het beheer krijgt over de wijngaarden. Canon Gaftona Perrucconi wijdt zijn leven aan het produceren van de beste “Spanna” (de lokale benaming van Nebbiolo in Alto Piemonte).

Na zijn dood in 1859 gaan de wijngaarden over op zijn aangetrouwde neef Bernardo Vallana. Na enkel generaties wordt de passie voor het maken van wijn en de dagelijkse leiding van het familiebedrijf overgedragen aan Giuseppina Vallana. Zij krijgt het maken van wijn van haar vader Antonio met de paplepel ingegoten. Samen met haar man Guy Fogarty, zet ze het bedrijf van haar vader voort. Guy wordt door Antonio zelf opgeleid tot wijnmaker.

De jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw zijn topjaren voor wijnhuis Vallana. De ene na de andere internationale prijs wordt binnengesleept. Maar dan overlijdt Guy en moet Giuseppina het alleen doen. Vader Antonio is dan ook al overleden. Samen met haar drie kinderen en haar moeder Marina neemt ze de taak op zich om de familietraditie voort te zetten én een volgende stapte zetten. En niet zonder succes! De wijnen van Vallana staan nog steeds voor kwaliteit en topklasse.



Vinivicatie

De druiven worden geoogst in de eerste week van oktober en worden zodanig gevinifieerd dat de wijn geschikt is voor lange rijping. Het wijnhuis Vallana brengt traditioneel haar wijnen pas na tenminste twee jaar rijping op de markt. Al de wijnen van Vallana ondergaan de malolactische gisting tijdens de eerste winter. In het voorjaar wordt de Spanna overgebracht naar eikenhouten vaten voor zes maanden. De grootte van de vaten varieert tussen 5 en 12 Hl. Na zes maanden, als de wijn is gebotteld, wordt de Spanna nog 1,5 jaar bewaard in de kelder.

 

Wijngebied Alto-Piemonte

De wijngaarden van wijnhuis Vallana bevinden zich aan de voet van de Alpen, in Alto Piemonte, waar al eeuwen wijnbouw wordt gepleegd en de wijnen, die er vandaan komen, een grote reputatie genieten. Wijn, afkomstig uit Alto Piemonte wordt vooral gemaakt van de Nebbiolo-druif, die lokaal dus bekend staat als “Spanna”. Alto Piemonte ligt op de grens van het mediterrane klimaat van Italië en het gematigde klimaat van Europa. Door het vele water (Lago Maggiore, Lago Orta) in combinatie met het microklimaat van de Alpenvallei kent Alto Piemonte een bijzonder klimaat.

De winters zijn koud en droog, de lente is mild en regenachtig en de zomers zijn heet. Het vele water zorgt ervoor dat echt heel extreem weer weinig voorkomt. De terroirs van Alto Piemonte staan bekend om hun zure grond, rijk aan ijzer en zijn gelegen op heuvels, die lang geleden gevormd zijn van oude sedimenten (kleine deeltjes stenen, zand en grind), die zijn overgebleven van grote gletsjers uit de IJstijd.

 

Gattinara DOCG

De DOCG Gattinara is een klein wijngebied in de Alto-Piemonte in het Noorden van Italië. Al in de tijd van Karel V bezat Gattinara een zekere faam door toedoen van de Markies van Gattinara, die de wijn als ruilhandel of gift overal met zich mee naar toe nam. Op deze wijze belandde de wijn bij de Spaanse vorstenhoven en kreeg bekendheid onder de elite van die tijd. Maar toch is het nog steeds voor velen een vrij onbekend wijngebied, en dat is jammer want in Gattinara worden uitstekende wijnen geproduceerd, rode wijnen die echt niet onderdoen voor menig Barolo.

Niet voor niets heeft het gebied in 1990 de DOCG status gekregen. De wijnen die in dit wijngebied worden geproduceerd moeten voor minimaal 90% uit Nebbiolo druiven bestaan. Daarnaast mag ook nog Vespolina (maximaal 4%) en/of Bonarda di Gattinara worden toegevoegd, mits ze samen de 10% niet overschrijden. Bij nieuwe aanplant of herbeplanting moeten er minimaal 3000 wijnstokken per hectare worden aangeplant. Het alcoholgehalte moet minimaal 12% bedragen en voor de Riserva 12,5%. Voor de rijping is een wettelijke periode vastgesteld van 3 jaar, waarvan 1jaar op hout. Voor de Riserva's is een rijping van 4 jaar vereist, waarvan 2 jaar op hout.

Al in de tijd van Karel V bezat Gattinara een zekere faam door toedoen van de Markies van Gattinara, die de wijn als ruilhandel of gift overal met zich mee naar toe nam. Op deze wijze belandde de wijn bij de Spaanse vorstenhoven en kreeg bekendheid onder de elite van die tijd.


Druif Nebbiolo

De Nebbiolo druif is de beste en edelste rode druivensoort van Italië. Omdat de Nebbiolo druif zeer langzaam rijpt wordt deze als allerlaatste van alle druivensoorten in de Piemonte geoogst. Meestal in de 2e helft van oktober of zelfs pas in de 1e week van november. De naam is waarschijnlijk ook afkomstig van het woord “nebbia” of mist, die rond deze periode in de ochtend de dalen in Piemonte vult. De Nebbiolo druif is waarschijnlijk ook een van de bekendste druivensoorten van Italië en wordt vanwege zijn geweldige kwaliteiten ook wel “de koning” onder de Italiaanse druivensoorten genoemd. Mogelijk komt dit ook door de connectie met de bekendste wijn van deze druif, de Barolo. Want de wijn wordt ook wel “Wine of Kings and King of wines” genoemd.

Alhoewel de Nebbiolo druif waarschijnlijk al eeuwen lang verbouwd werd in Piemonte is de opkomst en grote roem begonnen halverwege de 19e eeuw. Toen werd de Franse wijnmaker Louis Oudart gevraagd om de kwaliteit van de plaatselijke wijn te verbeteren. Hij ontdekte dat het fermentatieproces verbeterd kon worden door o.a. toepassing van de zogenaamde ‘malolactische fermentatie’, en dat de druif dan zeer geschikt was voor het maken van droge rode wijn, want tot dan toe was Barolo vooral een zoete wijn.

Doordat de Nebbiolo zeer langzaam rijpt moet deze eigenlijk alleen worden aangeplant op de warmste hellingen die het meeste zon krijgen en de meeste beschutting hebben in koelere periodes. Het beste groeit de Nebbiolo druif tot 450 m boven zeeniveau. Zeker ook omdat de Nebbiolo typisch een vrij hoog gehalte aan tannines heeft, met name in de schil. Als de druiven niet goed rijp worden blijven de tannines onrijp, groen en hard, en dat wordt helaas niet beter door lange flesrijping. Vanwege deze tannines wordt de rode wijn gemaaktvan Nebbiolo druiven dan ook vaak op hout gerijpt, om zo de wijn zachter en ronder te maken. Maar ook dan blijft het een wijn die vooral als hij jong is redelijk veel tannines en veel structuur heeft. Vrijwel alle rode wijnen van de Nebbiolo druif hebben baat bij flesrijping, soms maar een paar jaar, maar zeker de cru wijnen hebben wel 10 tot 20 jaar nodig om mooi op dronk te raken en een mooie uitgewerkte en zachte smaak te krijgen. De Nebbiolo druif geeft lichtrode wijnen met een intrigerende geur van rozen, teer, soms kersen of pruimen, leer, verse groene kruiden of gedroogd fruit. Kenmerkend voor de smaak zijn tonen van rood fruit, met name frambozen, florale tonen zoals viooltjes, geraniums, rozenblaadjes en aardse tonen zoals (bos)grond, paddenstoelen en teer.

Nebbiolo heeft relatief weinig kleur en de neiging om bij oudering snel kleur te verliezen (van rood naar bruin). Rode wijn van de Nebbiolo druif kan vanwege zijn kracht en structuur het beste gedronken worden tijdens het eten, zeker de wat jongere Nebbiolo's. Klassieke combinaties uit de Italiaanse keuken zijn met gebraden rood vlees en wild. In de Alto-Piemonte wordt de druif Spanna genoemd en groeit daar al sinds de 13e eeuw.

0 sterren gebaseerd op 0 beoordelingen